“Brakka”, “Fissa” en “Waggie”; straattaal is hip, maar kan het een merk zijn?
Merel Janssen – Jurist Intellectueel Eigendom

Je loopt door een drukke winkelstraat en hoort een meisje tegen haar vriendin zeggen dat ze nieuwe “patta’s”, een “jacka” en een “brakka” wil kopen die haar “swag” geven. Even later hoor je in de trein een jongen aan een vriend vragen of hij meegaat naar een leuke “fissa”. Deze vriend heeft geen “doekoe” meer dus hij kan helaas niet mee en dat is geen “fattoe”. Je kan er tegenwoordig niet meer omheen. Overal waar je komt, hoor je straattaal, vooral onder de jeugd. De populariteit van deze woorden is ook terug te zien binnen het merkenrecht. Maar kan straattaal een merk vormen? In deze blog vertel ik je er graag meer over.
Onderscheidend vermogen
De belangrijkste eis binnen het merkenrecht vormt het vereiste van het onderscheidend vermogen. Merken moeten de consument in staat stellen de waren en/of diensten, die onder dat merk worden aangeboden, te onderscheiden van de waren en/of diensten van andere ondernemingen. Het merk Mango is een sterke naam voor een kledingconcern. Mango kan zich door deze naam onderscheiden van andere kledingwinkels. Dit zou anders zijn in het geval het merk Mango wordt aangevraagd voor verse vruchten. In dat geval zou er niet worden voldaan aan het vereiste van onderscheidend vermogen. Lees hier meer over het onderscheidend vermogen van een merk.
Straattaal binnen het merkenrecht
Een trend die we nu veel zien binnen de merkenrechtelijke praktijk is dat bedrijven hip en jong willen zijn en straattaalwoorden gebruiken voor hun waren of diensten. Toen straattaal nog niet zo veel te horen was, was het misschien mogelijk om bijvoorbeeld “Fissa” voor het organiseren van feestjes (klasse 41), “Batra” voor rum (klasse 33) en “Waggie” voor vervoermiddelen (klasse 12) vast te leggen. Nu straattaal steeds gangbaarder, en daarmee bekender, wordt, zullen dergelijke merkaanvragen niet meer geaccepteerd worden. De gemiddelde consument zal tegenwoordig de betekenis van de woorden uit de straattaal herkennen en ze daardoor eerder als beschrijvend voor de desbetreffende waren of diensten zien.
Logo merkaanvraag
Om toch onderscheidend vermogen te krijgen, en om dus uiteindelijk in het merkenregister ingeschreven te kunnen worden, moet er een logo aan de merkaanvraag worden toegevoegd. Dit logo moet niet ook beschrijvend van aard zijn. In bovengenoemde gevallen mag er dus geen gebruik worden gemaakt van respectievelijk een afbeelding van een ballon, een afbeelding van een fles en een afbeelding van een auto. Indien je, daarentegen, het woord “Patta” wil vastleggen voor beddengoed (klasse 24) of “Brakka” voor make-up (klasse 3) dan is dit geen probleem. Schoenen hebben geen directe link met beddengoed en broeken niet met make-up.
Brakka is straattaal voor broek.
Fissa is straattaal voor feestje.
Waggie is straattaal voor auto.
Patta’s is straattaal voor schoenen.
Jacka is straattaal voor jas.
Swag is straattaal voor cool.
Doekoe is straattaal voor geld.
Fattoe is straattaal voor grapje.
Batra is straattaal voor fles drank.
Conclusie
Mocht je erover nadenken om een woord afkomstig uit de straattaal vast te leggen als merk dan dien je goed na te denken of het wel of geen onderscheidend vermogen bezit. Indien je hier meer informatie over zou willen ontvangen of andere vragen hebt dan adviseren wij je graag. Neem vrijblijvend contact op met een van onze adviseurs.

Gerelateerde blogs

Het oh zo gewilde blauwe vinkje op je social media pagina
De geverifieerde badge of ook wel het blauwe vinkje wordt weergegeven naast je naam op je Facebook, Instagram of Twitter pagina. Deze badge duidt aan dat een profiel of pagina is geverifieerd, en dat de persoon of het bedrijf erachter ook daadwerkelijk degene is waarom het gaat. Deze verificatie wordt gedaan door Facebook, Instagram of Twitter zelf.

Je merk registreren: is dat altijd nodig?
Zeker als je pas net begint met ondernemen, vraag je jezelf misschien af of het nodig is om jouw merk nu al vast te leggen. Met een kersverse KvK inschrijving op zak wil je het liefst zo snel mogelijk de markt op. Is zo’n merkregistratie die investering nu dan al wel waard? Ons antwoord in – bijna – alle gevallen: absoluut.

Refererend merkgebruik: wanneer mag je het merk van een ander gebruiken?
In beginsel is het verboden voor derden om jouw merk te gebruiken. Dit is immers waarom jij je merk hebt geregistreerd: je wilt voorkomen dat anderen een soortgelijke naam gaan gebruiken en er verwarring op kan treden. Een uitzondering hierop is refererend merkgebruik.